Alle testmogelijkheden voor gasinstallaties met de TONI FlowTest
Bij een gasinstallatie draait het niet alleen om de vraag: is deze dicht of niet? Afhankelijk van de situatie, bijvoorbeeld bij de controle van een bestaande installatie, het uitvoeren van een reparatie, het vervangen van een gasmeter of het in bedrijf stellen van een nieuwe installatie, zijn verschillende beproevingen nodig.
Daarbij kunnen lekhoeveelheden, drukken en drukverlopen belangrijke informatie geven over de toestand van een installatie. Minstens zo belangrijk is echter de juiste beoordeling van de meetwaarden. Afhankelijk van het doel van de controle kan bijvoorbeeld een dichtheids- of sterktebeproeving nodig zijn. Voor gebouwgebonden gasinstallaties in Nederland vormt NEN 1078 hierbij een belangrijke basis. Voor de praktische uitvoering kan daarnaast de NPR 3378-reeks worden gebruikt.
Wat wordt wanneer gecontroleerd? Welke rol speelt het meten van lekhoeveelheden? En waarom kunnen vooral bij grotere gasinstallaties de gebruikte meetmethode en de opdeling van de installatie een duidelijk verschil maken?
Alle testmogelijkheden met de TONI FlowTest direct in onze tutorials.
Hier vind je de YouTube-playlist.
Gebruiksgeschiktheid van gasinstallaties: meer dan alleen een meting
Bij bestaande gasinstallaties moet de toestand van de leidinginstallatie regelmatig worden beoordeeld. Daarbij hoort onder andere de beoordeling van de gebruiksgeschiktheid. Deze controle is voorzien met een interval van twaalf jaar en omvat naast de beoordeling van de algemene toestand ook het bepalen van de aanwezige lekhoeveelheid.
De lekhoeveelheid levert daarbij een concrete meetwaarde in liter per uur. Deze waarde geeft aan hoeveel gas door de leiding stroomt. Wanneer alle verbruikstoestellen zijn afgesloten, kan op deze manier worden bepaald hoeveel gas als gevolg van lekkages uit de installatie ontsnapt.
Belangrijk is echter dat de meetwaarde alleen niet bepalend is voor de toestand van de installatie. Ook de uiterlijke staat van de gasinstallatie en de rookgasafvoer moeten door een vakbekwaam persoon worden gecontroleerd en beoordeeld. Worden daarbij aanvullende gebreken vastgesteld, dan moet de totale installatie worden beoordeeld op basis van de minst gunstige uitkomst van de afzonderlijke controles. Ook wanneer de gemeten lekhoeveelheid op zichzelf aanvankelijk zou wijzen op voldoende gebruiksgeschiktheid.
Hoe wordt de lekhoeveelheid beoordeeld?
Daarbij wordt de beoordeling ingedeeld in drie categorieën:
Bij installaties met een bedrijfsdruk van meer dan 30 mbar gelden de bijbehorende grenswaarden voor de lekhoeveelheid op basis van de werkelijke bedrijfsdruk. De uiteindelijke beoordeling blijft de verantwoordelijkheid van vakbekwaam personeel.
Lekhoeveelheidsmeting: wat zijn de verschillen tussen de meetmethoden?
Voor het bepalen van lekkage in een gasinstallatie kunnen verschillende meetprincipes worden toegepast. Welke methode geschikt is, hangt onder andere af van het type installatie, het leidingvolume en het doel van de beproeving. Voor gebouwgebonden gasinstallaties in Nederland vormen NEN 1078 en de bijbehorende NPR 3378-reeks hierbij de basis voor de eisen en praktische uitvoering.
Bij een drukvervalmeting wordt gekeken naar de verandering van de druk in de installatie gedurende een bepaalde periode. Aan de hand van het drukverloop kan worden beoordeeld of sprake is van lekkage. Omgevingsfactoren, zoals temperatuurveranderingen, kunnen het drukverloop echter beïnvloeden. Een stabiele meetomgeving en een correcte uitvoering van de beproeving zijn daarom belangrijk.
Een andere mogelijkheid is een methode waarbij een bekend gasvolume aan de installatie wordt toegevoegd en de daaruit voortkomende drukverandering wordt gemeten. Hiermee kan informatie worden verkregen over het volume en de dichtheid van de installatie. Bij grotere lekkages kan deze methode echter tegen praktische grenzen aanlopen wanneer de benodigde druk niet kan worden gehandhaafd.
Bij een directe lekhoeveelheidsmeting wordt de gasstroom rechtstreeks gemeten, bijvoorbeeld met een massadebietsensor. Hierdoor hoeft de lekhoeveelheid niet indirect uit drukverandering en leidingvolume te worden berekend. Ook is de invloed van temperatuurveranderingen kleiner dan bij een methode die uitsluitend op drukverval is gebaseerd. Dit kan vooral bij grotere installaties of grotere lekhoeveelheden voordelen bieden.
Welke beproevingen zijn mogelijk met de TONI FlowTest?
De TONI FlowTest bepaalt de lekhoeveelheid volgens het klasse L-meetprincipe. Het apparaat meet de massastroom bij bedrijfsdruk en geeft de gemeten gashoeveelheid direct weer in liter per uur. Het meetbereik voor het bepalen van de lekhoeveelheid bedraagt 0 tot 8 l/h, met een resolutie van 0,1 l/h. Daarnaast wordt de installatiedruk gemeten, zodat de relevante lekhoeveelheid automatisch kan worden omgerekend naar de referentiebedrijfsdruk volgens de norm.
Met de juiste accessoires kunnen naast de lekhoeveelheidsmeting ook andere beproevingen aan gasinstallaties worden uitgevoerd. Daartoe behoren onder andere dichtheids- en sterktebeproevingen en controles van bestaande gasinstallaties.
Bepaling van de lekhoeveelheid bij de beoordeling van de gebruiksgeschiktheid van een verbruiksleiding
Voor een lekhoeveelheidsmeting aan een verbruiksleiding kan het meetapparaat tijdelijk op de plaats van de gasmeter worden aangesloten. Hiervoor wordt een geschikte testkap gemonteerd en het meetapparaat aangesloten.
Vervolgens wordt bij bedrijfsdruk bepaald hoeveel gas daadwerkelijk door de leiding stroomt. Eenvoudig gezegd neemt het meetapparaat daarbij de functie over van een zeer nauwkeurig afleesbare gasmeter.
De beproeving wordt menugestuurd uitgevoerd. Daardoor worden de afzonderlijke stappen en de benodigde meettijden overzichtelijk doorlopen en wordt het resultaat vervolgens gedocumenteerd.
Een dergelijke lekhoeveelheidsmeting is bijvoorbeeld geschikt bij periodieke controles of bij het vervangen van een gasmeter. In plaats van alleen een drukverandering vast te stellen, is aan het einde een concrete waarde beschikbaar: hoeveel liter gas per uur stroomt daadwerkelijk door de gecontroleerde leiding?
Bepaling van de lekhoeveelheid bij de beoordeling van de gebruiksgeschiktheid van stijgleidingen
Het is niet altijd nodig om de volledige gasinstallatie in één keer te beoordelen. Vooral bij grotere installaties kan het zinvol zijn om afzonderlijke leidingdelen apart te controleren.
Een stijgleiding kan bijvoorbeeld worden gevoed via een externe gasblaas en een handmatige invoervoorziening. Bij installaties met een éénpijpsregelaar kan de gasweg aan de uitgaande zijde van de regelaar met behulp van een regelaaronderbreker worden afgesloten. Vervolgens kan een afzonderlijk leidingdeel of de volledige leidinginstallatie worden gecontroleerd.
Dit kan vooral bij sterk vertakte installaties een praktisch voordeel bieden: hoe kleiner het leidingvolume dat tijdens de meting wordt beoordeeld, hoe korter de benodigde stabilisatie- en meettijden kunnen zijn.
Waarom het leidingvolume de testduur beïnvloedt
Grote gasinstallaties vormen bij het meten van lekhoeveelheden een extra uitdaging. Hoe groter het leidingvolume, hoe langer het kan duren voordat in de installatie stabiele omstandigheden zijn bereikt voor een betrouwbare meting.
Ook bij beproevingen volgens de Nederlandse normen speelt het leidingvolume een belangrijke rol. Voor gebouwgebonden gasinstallaties vormt NEN 1078 hierbij de basis. Afhankelijk van het leidingvolume en de toegepaste meetmethode kunnen langere stabilisatie- en meettijden nodig zijn.
De benodigde stabilisatie- en meettijden nemen daarom toe naarmate het leidingvolume groter wordt:
Bij grotere installaties is het daarom verstandig om vóór de meting goed naar de opbouw van de installatie te kijken. Als de installatie logisch kan worden opgedeeld in afzonderlijke testsecties, kan dit de totale testduur aanzienlijk verkorten.
Daarnaast speelt nog een ander effect mee: hoe langer een meting duurt, hoe groter de kans dat omgevingsomstandigheden veranderen. Temperatuurschommelingen, zoninstraling of tocht kunnen bijvoorbeeld invloed hebben op het verloop van de meting. Door kleinere testsecties te gebruiken, kunnen deze invloeden worden beperkt.
Dichtheidsbeproeving na werkzaamheden aan de gasinstallatie
Wanneer een gasinstallatie is gerepareerd of gewijzigd, is alleen een lekhoeveelheidsmeting niet voldoende. Na de werkzaamheden moet de installatie opnieuw op dichtheid worden beproefd volgens de geldende Nederlandse eisen.
Bij een dichtheidsbeproeving wordt de leidinginstallatie op een voorgeschreven testdruk gebracht. Tijdens de vastgestelde meetduur wordt gecontroleerd of de druk stabiel blijft en of er geen ongeoorloofd drukverlies optreedt. Voor gebouwgebonden gasinstallaties vormt NEN 1078 hiervoor de basis. Voor de praktische uitvoering kan daarnaast de NPR 3378-reeks worden geraadpleegd.
De benodigde stabilisatie- en meettijd is onder andere afhankelijk van het leidingvolume:
Wanneer de installatie logisch kan worden opgedeeld in afzonderlijke testsecties, kan ook bij deze beproeving de totale benodigde testtijd worden verkort.
Met de juiste druktestoptie begeleidt de TONI FlowTest de gebruiker stap voor stap door de beproeving en wordt het resultaat direct gedocumenteerd.
4. Belastingsproef vóór de ingebruikname
Bij nieuw aangelegde gasinstallaties moet vóór de ingebruikname worden gecontroleerd of de leidinginstallatie voldoende sterk en dicht is.
Daarbij wordt de installatie met een geschikt testmedium, zoals lucht, op de voorgeschreven testdruk gebracht. Componenten die niet voor deze testdruk zijn ontworpen, zoals gasmeters, drukregelaars en gastoestellen, worden tijdens de beproeving buiten het te testen leidinggedeelte gehouden of op passende wijze beschermd.
Voor gebouwgebonden gasinstallaties in Nederland vormt NEN 1078 de basis voor de eisen en beproevingsmethoden. De exacte testdruk, testduur en uitvoering zijn afhankelijk van de installatie en de toegepaste beproevingsmethode.
Met de juiste druktestoptie kunnen de benodigde drukbeproevingen met de TONI FlowTest menugestuurd worden uitgevoerd en direct worden gedocumenteerd.
5. Regelaarcontrole: niet alleen de leiding controleren
Afhankelijk van de werkzaamheden kan bij de beoordeling van een gasinstallatie ook een controle van de gasdrukregelaar nodig zijn. Daarbij worden verschillende functies en drukwaarden gecontroleerd.
Met de juiste aanvullende optie kunnen bij een regelaarcontrole onder andere de volgende punten worden gecontroleerd:
- uitlaatdruk
- sluitdruk
- lekdichte afsluiting van de gasdrukregelaar
- gasgebrekbeveiliging
- aanspreekdruk van de veiligheidsafblaasklep
- lekdichte afsluiting van de veiligheidsafblaasklep
- bovenste en onderste uitschakeldruk van de veiligheidsafsluiter
- lekdichte afsluiting van de veiligheidsafsluiter
Zo kunnen naast de beproeving van de leidinginstallatie ook belangrijke functies van de drukregeling binnen één uniforme testprocedure worden gecontroleerd.
Meting en documentatie horen bij elkaar
Een meetresultaat is vooral waardevol wanneer het later duidelijk aan een installatie en een uitgevoerde beproeving kan worden gekoppeld.
Daarom maakt naast de meting zelf ook de documentatie deel uit van het testproces. Met de TONI FlowTest worden metingen digitaal geregistreerd en opgeslagen. Via aanvullende invoermogelijkheden kunnen extra gegevens over de meetlocatie of opdracht direct aan de meetgegevens worden gekoppeld. Via Esders Connect kunnen de metingen en gegevens vervolgens verder worden verwerkt.
Esders Connect is een webgebaseerd platform met bijbehorende app en vormt daarmee de digitale schakel tussen de meetapparatuur en kantoor. Het platform maakt het mogelijk om meetgegevens en apparaten centraal en digitaal te beheren. Zo worden documentatieprocessen geautomatiseerd en bespaar je waardevolle werktijd.
Zo ontstaat uit de meetwaarde een duidelijk en traceerbaar testbewijs. Vooral bij periodieke controles vermindert dit de hoeveelheid werk, omdat resultaten niet achteraf uit handgeschreven notities hoeven te worden overgenomen of aan afzonderlijke installaties hoeven te worden gekoppeld.
Digitale documentatie vormt ook een belangrijk onderdeel van het concept achter het TONI-platform. Afhankelijk van de toepassing zijn binnen de TONI-familie verschillende apparaten beschikbaar voor doorstroommetingen, drukbeproevingen en gaslekdetectie. De meetgegevens worden digitaal vastgelegd en kunnen vervolgens op ieder moment via Esders Connect worden geraadpleegd.
FAQs: Goed om te weten
Wat is een beoordeling van de gebruiksgeschiktheid van een gasinstallatie?
Bij de beoordeling van de gebruiksgeschiktheid wordt de toestand van een bestaande gasinstallatie beoordeeld. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de uiterlijke staat van de installatie, de rookgasafvoer en een eventuele lekhoeveelheid.
Voor de beoordeling van de installatie wordt de gemeten lekhoeveelheid, uitgedrukt in liter per uur, in samenhang bekeken met de algemene toestand van de installatie. Voor de uiteindelijke beoordeling is het minst gunstige resultaat van de afzonderlijke controles bepalend.
Hoe vaak moet de gebruiksgeschiktheid van een gasinstallatie worden gecontroleerd?
Voor gasinstallaties kunnen periodieke controles nodig zijn om de toestand en veiligheid van de installatie te beoordelen. Daarnaast kunnen controles noodzakelijk zijn na werkzaamheden aan de installatie, bij geconstateerde afwijkingen of wanneer daar om andere redenen aanleiding toe is.
Wat betekent een lekhoeveelheid van 1 l/h of 5 l/h?
De gemeten lekhoeveelheid geeft inzicht in de mate waarin gas uit de installatie ontsnapt. Deze waarde wordt uitgedrukt in liter per uur en moet altijd worden beoordeeld in combinatie met de toestand van de installatie, de bedrijfsdruk en de geldende eisen.
Voor Nederlandse gebouwgebonden gasinstallaties vormen NEN 1078 en de NPR 3378-reeks hiervoor het uitgangspunt. De gemeten lekhoeveelheid is daarmee een belangrijk onderdeel van de beoordeling, maar is niet op zichzelf bepalend voor de uiteindelijke conclusie over de installatie.
Wat is het verschil tussen een beoordeling van de gebruiksgeschiktheid en een dichtheidsbeproeving?
Bij de beoordeling van een bestaande installatie wordt onder andere de daadwerkelijke lekhoeveelheid bepaald en beoordeeld. Bij een dichtheidsbeproeving wordt daarentegen met een voorgeschreven testdruk gecontroleerd of gedurende de vastgestelde meettijd sprake is van drukverlies. Beide controles hebben dus een verschillend doel.
Wat is het verschil tussen een dichtheidsbeproeving en een belastingsproef?
De belastingsproef wordt bij nieuw aangelegde gasinstallaties uitgevoerd om de sterkte en drukbestendigheid van de leidinginstallatie te controleren. Daarbij wordt de installatie met lucht op de voorgeschreven testdruk gebracht.
Na de belastingsproef volgt de dichtheidsbeproeving, waarbij met een lagere testdruk wordt gecontroleerd of de leidinginstallatie voldoende dicht is. De exacte testdrukken en testduur zijn afhankelijk van de geldende Nederlandse eisen en de toegepaste beproevingsmethode.
Wat zijn de voordelen van een directe lekhoeveelheidsmeting?
Bij een directe lekhoeveelheidsmeting wordt de doorstromende gashoeveelheid rechtstreeks gemeten. De lekhoeveelheid hoeft daardoor niet te worden berekend aan de hand van een drukverschil en een bekend leidingvolume. Dit vermindert met name de invloed van temperatuurschommelingen, die bij drukgebaseerde meetmethoden een grotere rol kunnen spelen.
Kunnen ook grote gasinstallaties worden gecontroleerd aan de hand van de lekhoeveelheid?
Ja. De TONI FlowTest kent geen beperking op basis van gangbare installatievolumes. Naarmate het leidingvolume groter wordt, nemen de benodigde stabilisatie- en meettijden echter toe.
Bij grote of sterk vertakte installaties kan het daarom zinvol zijn om afzonderlijke leidingdelen apart te beproeven. Dit kan de totale testduur verkorten en de invloed van externe omstandigheden op de meting beperken.
Welke beproevingen kunnen met de TONI FlowTest worden uitgevoerd?
De TONI FlowTest is in de eerste plaats ontwikkeld voor doorstroom- en lekhoeveelheidsmetingen en voor het beoordelen van bestaande gasinstallaties. Met de juiste aanvullende opties kunnen daarnaast dichtheids- en belastingsbeproevingen en controles van de gasdrukregelaar worden uitgevoerd en digitaal worden gedocumenteerd.
Download nu het voorbeeldaanbod!
Krijg een compleet beeld van de TONI FlowTest en de beschikbare accessoires en download vrijblijvend ons voorbeeldaanbod.