In de derde blogpost over de serie industrieel gas gaan we, na het vastleggen van de lekkages en defecten, in op de eliminatie en documentatie hiervan.

Let op: deze blog verwijst naar Duitse regelgeving, deze is niet van toepassing in Nederland.

In deze blog willen we beginnen met een belangrijk onderwerp, dat bij elke inspectie van een industrieel gassysteem hoort. Het is namelijk niet alleen belangrijk om gebreken vast te leggen, maar ook om deze binnen ene bepaalde termijn te verhelpen. In de vorige blog lekken en defecten verwezen we hier al naar.

Herstellen van defecten

Alleen specialisten van gecontracteerde installatiebedrijven mogen de opdracht krijgen om de geconstateerde gebreken, zoals lekkages en schade aan fittingen, te verhelpen. Zij dienen aantoonbaar te hebben deelgenomen aan relevante opleidingen en trainingen.

Vanzelfsprekend mogen ook leidingbouwbedrijven conform de Duitse GW 301 reparatiewerkzaamheden uitvoeren aan pijpleidingsystemen, zoals die in een industriële gasinstallatie, omdat zij doorgaans meer zijn gespecialiseerd in dergelijke werkzaamheden.

Instandhaltung-Schutzanstrich-Korrosion

Externe onderhoudswerkzaamheden, zoals het aanbrengen van stroomrichtingmarkeringen, corrosiewerende maatregelen en gele beschermende coating, kunnen door eigen personeel worden uitgevoerd.

Onderhoud

Maengelbeseitigung-Industriegas

Een onderhoudsstrategie die optimaal is afgestemd op de werking en staat van de installatie helpt om kosten te besparen en tegelijkertijd de beschikbaarheid en bedrijfszekerheid te garanderen. Door het toepassen van conditiegestuurd onderhoud, worden zowel de veiligheid en betrouwbaarheid als de beschikbaarheid van een gasinstallatie gegarandeerd, met een maximaal mogelijke benutting van het gebruikspotentieel.

De installatie-eigenaar is verantwoordelijk voor het onderhoud van de gasinstallatie. Dit moet worden uitgevoerd en gedocumenteerd met inachtneming van de DVGW-werkbladen G 495, G 600, G 465-1 en G 466-1.

De reparatiewerkzaamheden moeten worden uitgevoerd op basis van DGUV 100, DVGW-werkbladen  G 600 (TRGI) en G 614-2.

Tot nu toe omvat onze blogreeks “Industrieel gas” alleen het leidingsysteem en zijn componenten. Om ervoor te zorgen dat de installatie-eigenaar volledig kan voldoen aan zijn veiligheidsplicht, moet hij ook worden geïnformeerd over organisatiestructuren en de vereiste documentatie.

Organisatiestructuur van de installatie-eigenaar

Normaal gesproken wordt bij het beoordelen van een leidingsysteem en zijn onderdelen de organisatiestructuur van de installatie-eigenaar niet meegenomen. Om deze reden wordt de uitvoerder geadviseerd om de opdrachtgever erop te wijzen dat deze er zelf voor verantwoordelijk is dat zijn interne organisatiestructuur voldoet aan de specificaties volgens  DVGW (A) G 1010 “Eisen voor de kwalificatie en organisatie van installatie-eigenaar van aardgasinstallaties op fabrieksterreinen”.

Documentatie van de installatie-eigenaar

Voor de gasinstallatie moet er documentatie volgens DIN 2425 en DVGW-notitie GW 120 beschikbaar zijn en de volgende documenten bevatten:

  • Informatie over de ontwerp van de gasleidingen
    • druk, nominale diameter, leidingmateriaal en stroomsnelheid, statisch bewijs
  • Bewijs van kwalificatie van het bedrijf dat het werk uitvoert en de ingezette lassers
  • Uitvoeringstekeningen en bestemmingsplannen (DIN 2429-2) inclusief speciale constructies
  • Bewijs van kwaliteitseigenschappen van de gelegde leidingen en leidingdelen (bijv. leidingenboek volgens DVGW (A) G 462, DVGW (A) G 463)
  • Leidingenboek over de laswerkzaamheden en het leggen van de kabels in de loop van de bouwvoortgang
  • Certificaat fabrikant en installateur
  • Testrapporten
    • Niet-destructief materiaalonderzoek, diagrammen en evaluatie van de drukbeproeving
    • Van de functietest van de gasdrukregelaars
    • Van terugkerende tests
  • Acceptatiecertificaat
  • Locatie van het pijpleidingsysteem
    • Plattegrond met leidingverloop
  • Locatie en afmetingen van de afsluiters voor de test-, spoel- en ontluchtingsinrichtingen
  • Locatie en ontwerp van interne gasdrukregelaars met opgave van de vereiste instellingen voor de regelaars en de veiligheidsapparatuur
  • Locatie van meetapparatuur
  • Aangesloten apparatuur die gas verbruiken
  • Gebruiksaanwijzing

De interne documentatie van de installatie-eigenaar moet volgens bovenstaande lijst op volledigheid worden gecontroleerd en zo nodig worden aangevuld.

Gasdrukregeling

De installatie-eigenaar is verplicht om op eigen verantwoordelijkheid de termijnen voor onderhoud en functiecontroles toe te passen, rekening houdend met individuele belastingen van het gassysteem en de bestaande bedrijfservaring.

Er moet in het bijzonder rekening worden gehouden met deze argumenten bij het gebruik van gasdrukregelaars waarvoor de installatie-eigenaar van de gasinstallatie verantwoordelijk is. Bij gasdrukregelaars met een ingangsdruk tot 100 hPa moeten indien nodig onderhoud en functiecontroles worden uitgevoerd. Bij werkdrukken boven 100 hPa tot 0,1 MPa is een 12-jaarlijkse functietest van het regelaar en de veiligheidsvoorzieningen verplicht.

Deze onderhoudsmaatregelen voor componenten en samenstellingen kunnen door de installatie-eigenaar zelf worden uitgevoerd, mits hij over de nodige kwalificaties beschikt, of door gespecialiseerde bedrijven.

Bauelemente Inddustriegas

Toekomstige onderhoudsintervallen

We willen de blog afsluiten met informatie over toekomstige onderhoudsintervallen. Voor gasleidingsystemen worden de dichtheid, corrosiebescherming en functionaliteit normaal gesproken al naar gelang de bedrijfsomstandigheden bepaald door de installatie-eigenaar, maar die beschikt meestal niet over juiste operationele ervaring. Daarom zijn zij afhankelijk van de inbreng en aanbevelingen van experts. De eerste terugkerende keuring moet uiterlijk 6 jaar na voltooiing worden uitgevoerd en daarna met kortere tussenpozen. In dit verband kunnen bijvoorbeeld de DVGW (A) G 654-1 en DVGW (A) 614-2 hulp bieden.

Korrosion-Rohrleitung

De intervallen tussen regelmatige, terugkerende inspecties op lekkage zijn uiteraard afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden, de technische staat van de gasleidingen en de frequentie van lekkages in relatie tot de lengte van de leiding. De minimale inspectieperiode voor gasleidingen met een werkdruk van < 1 bar wordt bepaald aan de hand van de lekfrequentie per 100 meter leidinglengte en is gebaseerd op de specificaties van DVGW (A) G 614-2:

  • Lekkages < = 0,1 / 100 m: periode tot de volgende inspectie 6 jaar
  • Lekkages <= 0,5 / 100 m: periode tot de volgende inspectie 4 jaar
  • Lekkages <= 1 / 100 m: periode tot de volgende inspectie 2 jaar
  • Lekkages > 1 / 100 m: periode tot de volgende inspectie 1 jaar

Vrijliggende gasleidingen kunnen worden opgesplitst in testsecties en worden onderverdeeld en afgebakend volgens de bedrijfsomstandigheden.

Om deze aanbeveling te kunnen toepassen, is een locatieplan met daarop het ingetekende leidingsysteem  absoluut noodzakelijk voor het afbakenen van testsecties. Wordt deze onderverdeling niet gemaakt, dan zou het gehele leidingnetwerk in de analyse worden meegenomen en zou het testinterval voor het gehele netwerk kunnen worden verkort, als in één gebied meerdere lekkages worden geconstateerd. De indeling en toewijzing kan door de specialist individueel worden gedaan op basis van zijn persoonlijke ervaring. Het moet echter voor iedereen te begrijpen zijn. Zo kunnen bijvoorbeeld ondergrondse buitenleidingen worden gecombineerd tot een testsectie, en is dit ook mogelijk bij afzonderlijke hallen of productiefaciliteiten. Een onderverdeling op basis van drukniveaus is ook een mogelijkheid.  

Voorbeeld: plattegrond met leidingsysteem, testsecties en nummering van gebreken

Lageplan-mit-Markierungen
Testsecties zijn lichtblauw omlijnd

Voorbeeldtabel (niet identiek aan de plattegrond):

Voor gasleidingen die niet in het leidingplan staan, zou een correctiefactor kunnen worden toegepast. Dit moet echter professioneel worden gemotiveerd en schriftelijk worden vastgelegd.

Voor ondergrondse buitenleidingen geldt in de regel een periode van 4 jaar voor een periodieke inspectie.

Meettechniek

Voor gasleidingen die niet in het leidingplan staan, zou een correctiefactor kunnen worden toegepast. Dit moet echter professioneel worden gemotiveerd en schriftelijk worden vastgelegd.

Voor ondergrondse buitenleidingen geldt in de regel een periode van 4 jaar voor een periodieke inspectie.

Meettechniek

Voor de inspectie van ondergrondse buitenleidingen is een gasdetector met een korte T90-tijd en een zeer gevoelige sensor (CH4), zoals de HUNTER, geschikt.

Voor dichtheidsbeproevingen en inspectie van vrij liggende leidingen van gasinstallaties is een mobiel lasermeetapparaat waarmee methaan op afstand betrouwbaar kan worden gedetecteerd, zoals de nieuwe ELLI, geschikt

Tot slot willen we een voorbeeld geven van een volledig Duits onderzoeksrapport.

Over de auteur van de blogreeks industrieel gas:

We willen onze gastauteur dhr. Holger Schröder bedanken voor het delen van zijn expertise met ons en hem nogmaals kort voorstellen.

Holger-Schroeder

Holger Schröder is al meer dan 40 jaar werkzaam in de gas- en watersector. De door de staat gecertificeerde technicus, gespecialiseerd in sanitaire voorzieningen, verwarming en airconditioning, was laatstelijk werkzaam als manager meterservice bij Netze Duisburg GmbH.

Hij kan terugkijken op tientallen jaren werk in verschillende DVGW-commissies en controleert als TRGI-expert sinds 2001 ook gasinstallaties op fabrieksterreinen met zijn medewerkers. Vanuit zijn functie als voorzitter van de technische commissie gasinstallatie verscheen hij als medecommentator op de DVGW-TRGI 2018.